Site search Web search

powered by FreeFind
insurance prices
insurance prices Counter

 

 
 

OLIJFPLUK IN PALESTINA

De zon schroeit over het Heilige land, bakermat van de Islam, het Christen- en Jodendom. Als er één plek is waar enige sereniteit en ruimte voor meditatie en gebed op zijn plaats is, dan toch wel hier. Mis poes natuurlijk, Maria zou vandaag zelfs niet meer in Betlehem geraken. De muur weet je wel, te veel checkpoints of misschien beschikt ze gewoon niet over de juiste papieren…

Voor ons, een bonte verzameling van Europeanen, Amerikanen en enkele Japanners, lukt dat vooralsnog wel. We logeren bij gastfamilies en zijn met vier Belgen (Els, Jorn, Marianne en Jeroen) We zijn in deze contreien neergestreken om de Palestijnse boeren te helpen met de olijvenoogst. Het moet gezegd, dat loopt toch net iets anders dan de gemiddelde kersenpluk in Limburg.

Mussa van Tekoa

Zo trekken we op een dag naar het gehucht Tekoa. De dorpsbewoners staan ons vol ongeduld op te wachten, de ontvangst is zoals steeds hartelijk. Vandaag trekken we naar de olijfgaard van boer Mussa. Hij is al zeven jaar niet meer op zijn land geweest. De naburige kolonisten, bijgestaan door het leger en privémilities laten dat nu eenmaal niet toe. Nochtans staan de bomen op ruim een steenworp afstand van hun uitdagende bouwsels. De Israëli’s zijn zich hier zo’n 15 jaar geleden komen vestigen, daarbij hebben ze niet alleen Palestijnse grond ingepalmd, maar en passant ook het levensnoodzakelijke water meegenomen. De bron die de vallei en de omliggende velden, door een ingenieus irrigatiesysteem, bevloeide is afgesloten. Het water is nu exclusief voor de kolonisten. ‘Vroeger was dit een paradijs’ zucht Mussa, ‘groenten en fruit kleurden het landschap’. Nu heeft enkel de olijfboom hier nog enige kans om te overleven. Maar dat is dan ook een prachtige boom. Onverzettelijk, stevig in de rotsgrond geworteld, als het moet meer dan 1000 jaar lang, niet kapot te krijgen. De symboliek met het Palestijns verzet spreekt voor zich…

Tekoa en zijn kolonisten

Goed, laten we er maar aan beginnen, de handen jeuken. Wat meteen opvalt is dat de bomen in slechte staat zijn, er hangen weinig of geen olijven. Voor we hiervan bekomen zijn komt er een soort welkomstcomité aangestormd van een handvol kolonisten en een twintigtal soldaten. De kolonisten beginnen met stenen te gooien. Een twaalfjarige Palestijn wordt geraakt aan het hoofd. Een vrouwelijke kolonist vindt het nodig hem nog wat extra toe te takelen en verkoopt hem nog enkele klappen met een steen terwijl hij al bloedend op de grond ligt. Uiteindelijk worden twee dorpsbewoners gewond afgevoerd. En wij maar denken dat enkel de Palestijnen met stenen gooien…

Van plukken komt er die dag niet meer veel in huis. Wel worden uitgescholden voor Nazi’s (sic). Een over zijn toeren rakende kolonist verwoordt het als volgt: ‘You’re a Nazi, I can see it in your eyes, I can feel it in your breath, it’s in your blood. You’re doing this for thousands and thousands of years to my people. But I know that’s the way my god created this world; there can only be lightness if there is darkness… Als Els hem er op attent maakt dat Mussa toch papieren heeft die bewijzen dat de grond van hem is klinkt er een demonisch (niet overdreven!) gelach: ‘Hahaha what kind of papers? My papers are much older: The Bible! Toen hadden we het wel door, op deze manier is elke discussie zinloos…

Het leger en de kinderen.

In Palestina hangt er altijd een soort spanning in de lucht. De vraag is niet of de boel tot ontploffing komt, maar wanneer er weer ergens heibel opduikt. Die dag plukken we in Beit Jalla, Een half uurtje nadat we aan onze oogst van de dag begonnen zijn lijkt de boomgaard omgetoverd in een grote speeltuin. Zowat alle kinderen van het dorp zijn komen kijken naar die buslading vreemde snuiters die een helpende hand komen toesteken. De boer vind het maar zozo. Ergens heeft hij wel gelijk. Veel internationals zijn meer met de kinderen in de weer dan met de olijven. Opeens klinkt het van psssst, psssst Israeli, enkele kinderen gebaren me van te volgen. Wat ik dan ook doe. Een stuk verder is er een Israelische patrouillewagen komen checken wat al die bedrijvigheid daar op dat veld nu te betekenen heeft. Dat is niet naar de zin van de kinderen en die beginnen en masse met stenen te gooien. Een akelig geluid, die afketsende stenen op het pantser van de jeep.

Els die er ondertussen ook bij is gekomen en ik houden ons hart vast. Maar de kids weten blijkbaar waar ze mee bezig zijn, ze blijven gooien en er achteraan lopen tot de pantserwagen zowaar terugtrekt. Wat een kick moet dat zijn als je als 10-11 jarige een Israelische jeep tot terugtrekking kan bewegen! (boven de 12 zouden soldaten toelating hebben om te vuren). Joelend achtervolgt de bende de jeep tot deze de hoek is omgedraaid. Dan klinkt het vervaarlijk gegrom van een huilende motor. In een oogwenk zijn de bengels verdwenen tussen de aanpalende bomen. Alleen Els en ik staan nog moederziel alleen op de weg, gelukkig komt de jeep niet meer terug de hoek om gedraaid...

Een bulldozer in Betlehem.

Ook in Betlehem valt het leger binnen op vrijdag 3 november. Niet alleen om even te laten voelen wie hier de baas is zoals wel vaker gebeurd. Ze zijn al drie jaar op zoek naar een strijder die ze niet te pakken krijgen. Uit frustratie zijn ze het ouderlijk huis dan maar beginnen afbreken. Daarbij zou 1 oudere vrouw om het leven zijn gekomen, ze weigerde he huis te verlaten waar ze haar leven lang in gewoond heeft.

Jorn en ik slapen bij dezelfde gastfamilie, we besluiten eens een kijkje te gaan nemen. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, heel de buurt rond het huis is afgezet en de soldaten laten ons niet door, pottenkijkers kunnen ze bij hun misselijk makend werk niet gebruiken. `The devil lived in that house` sist er 1 ons nog na. Als we afdruipen wenken enkele kinderen ons. Volg, volg, ok dan! Langs smalle achtersteegjes, over muurtjes, hopen puin en heel wat puin komen we uitendelijk op het dak van een naburig huis terecht. Heel wat buren zijn daar verzameld om het schouwspel gade te slaan. Ze gebaren van take picure, take picture. De bulldozer is nog steeds bezig met zijn vernietigingswerk, als ik mijn foto`s genomen heb worden er koffie en stoelen bijgehaald. We zitten net achter een muurtje op het dak. Mijn meest surrealistische koffie ooit, het geluid van de afbraak op de achtergrond, terwijl over onze hoofden de zoekspot van het leger heen en weer zoeft. Ondertussen proberen de kinderen, al lachend, voor de zoveelste keer hun 2 zinnetjes Engels uit die ze op school geleerd hebben. Hello, what is your name?

Terug bij onze gastfamilie maakt onze gastheer zich zorgen of we zonder hem wel de weg naar het cultureel centrum zullen vinden. Er staat een diner en muzikale avond op het programma, om de olijvenplukkers uit te wuiven. Palestina, wereld van contrasten...

 

© Tekst en foto's : Jeroen Marckelbach
December 2006